Wat zijn de gevolgen van de nieuwe verdeelsleutels, bezuinigingen en overgangskosten gezamenlijk voor journalistieke capaciteit en kwetsbare genres per instelling?
Thema 07 · leesprioriteit 7
Financiering en continuïteit
Het voorstel vergroot de voorspelbaarheid van de verdeling. De verschillende percentages hebben verschillende grondslagen. Het wetsvoorstel verhoogt daarmee niet automatisch de beschikbare middelen.
Een groter garantiedeel is geen groter totaalbudget.
Huidige regeling
Het huidige stelsel kent afzonderlijke budgetcategorieën voor erkende organisaties, aspiranten, NOS, NTR en NPO. Artikel 2.150 berekent het versterkingsbudget als 50% van de budgetten onder art. 2.149 lid 1 onder a en b, plus 30% van de budgetten onder c en d. Artikel 2.152 verdeelt het budget voor erkende organisaties volgens hun samenstelling, met de verhouding 3:2:1. Deze grondslagen verschillen van het nieuwe gezamenlijke aanbodbudget.
Praktijk en aanleiding
De NPO bereidt besparingen en reorganisatie voor. Dat financiële traject loopt naast de stelselwijziging. Een programma dat verdwijnt wegens begrotingskeuzes kan daarom niet zonder meer worden toegeschreven aan dit wetsvoorstel.
Deze duiding van de praktijk berust op de toelichting en de hieronder genoemde eerdere bronnen; dit dossier bevat geen eigen veldonderzoek.
Voorsteltekst
Wat verandert er?
Van het gezamenlijke aanbodbudget voor de omroephuizen en NOS is 27,5% flexibel; 72,5% is dus garantiedeel. Het NOS-budget bedraagt ten minste 38% van het gezamenlijke garantiedeel. De huizen verdelen hun eigen garantiepot, met minimaal 15% van die pot per huis. De verhouding blijft vijf jaar gelijk en het relatieve aandeel mag bij de volgende periode maximaal 15% afwijken. De start kent een aparte 20%-grens.
Rekenvoorbeeld · 100 eenheden aanbodbudget
Vastheid en flexibiliteit
Analyse Polders.Media
Mogelijke winst
Meerjarige zekerheid kan specialistische journalistiek, vaste teams en onderzoek met een langere looptijd ondersteunen. Minimale aandelen beperken extreme scheefgroei tussen instellingen.
Risico en onzekerheid
De stabiliteit kan ook bestaande verhoudingen vastzetten. Een groter gegarandeerd percentage van een krimpend totaal kan in euro’s nog steeds minder ruimte betekenen. Het flexibele deel moet ook kunnen reageren op nieuwe maatschappelijke behoeften. De memorie gebruikt voor de huidige situatie een 50%-samenvatting; de huidige wet rekent met afzonderlijke categorieën. Een eenvoudige vergelijking ‘50% wordt 72,5%’ is daarom onvoldoende precies.
Waar de beoordeling om draait
Vraag om een transparante doorrekening per instelling én per journalistieke taak, inclusief overgangskosten. Maak duidelijk welke kwaliteit en capaciteit met het budget kunnen worden geleverd. Vermijd de onjuiste conclusie dat de NOS 38% van de gehele mediabegroting krijgt.
Verhouding tot de CvdM-reactie
Het CvdM vraagt publieke verantwoording bij inzet van publieke middelen. De nieuwsreactie beoordeelt deze percentages niet afzonderlijk.
Nader bekeken
Rekenvoorbeeld, geen begroting
Bij 100 eenheden aanbodbudget is 27,5 flexibel en 72,5 gegarandeerd. Bij precies het wettelijke NOS-minimum gaat 27,55 naar NOS (38% van 72,5) en 44,95 naar de huizen. Elk huis krijgt minstens 15% van de huizenpot, in dit voorbeeld 6,7425. NPO-organisatiekosten en andere mediabegrotingsposten vallen buiten deze 100 eenheden.
Procenten, geen procentpunten
De grens van 15% in artikel 2.49 lid 4 onder c betreft relatieve afwijking van het vorige aandeel. Een aandeel van 20% kan bij die grens dus naar 17% of 23%, niet naar 5% of 35%.
Online audio
Het verbod op reclame bij aanbod op aanvraag wordt ook op audio toegepast. De toelichting noemt podcasts als voorbeeld en vermeldt dat daar tot dan toe geen reclame werd geplaatst. Het gaat om het afsluiten van een toekomstige inkomstenmogelijkheid, niet om het schrappen van al gerealiseerde podcastopbrengsten.
Huidige wet en samenvatting van de regering
De memorie spreekt op p. 58 over 50% garantiebudget in het oude systeem. De huidige wet formuleert het versterkingsbudget als een percentage van afzonderlijke budgetposten, waaronder ook een 30%-grondslag bij NOS en NTR. Gebruik voor een echte voor-en-na-berekening de wettelijke posten en feitelijke begrotingsbedragen, niet alleen de twee samenvattende percentages.
Aanknopingspunten voor reactie
Drie vragen om verder te brengen
Hoe voorkomt de vijfjarige budgetvastlegging dat middelen te traag meebewegen met nieuwe maatschappelijke behoeften of aantoonbare kwaliteitstekorten?
Kan de regering de grondslagen van 38%, 15% en de overgangsgrens van 20% in tekst en toelichting volledig gelijkluidend en met rekenvoorbeelden verduidelijken?
Bronnen bij dit thema
Paginanummers verwijzen naar de PDF-pagina. Artikelnummers bij het voorstel zijn de voorgestelde nieuwe of gewijzigde nummers.