Polders.Media
Publieke media · beleidsdossierAnalyse 01 / september 2026

Thematische vergelijking

Wat verandert er?

De huidige regeling, de voorgestelde wijziging en de belangrijkste afweging per thema. Open een thema voor de praktijk, nadere analyse en vragen.

De huidige regeling is gecontroleerd aan de Mediawet, versie geldend vanaf 1 januari 2026. De rechterkolom bevat analyse van mogelijke gevolgen, geen vaststaande uitkomsten.

Huidige regelingConsultatievoorstelBelangrijkste afweging

01 Journalistieke kwaliteit en toezicht

Nu

De Mediawet eist al hoge journalistieke en professionele kwaliteit en beschermt de verantwoordelijkheid van omroepen voor hun eigen aanbod. Er bestaat een gezamenlijke Code Journalistiek Handelen en een wettelijk geregelde ombudsman. De voorgestelde expliciete keten van zelfregulerende maatregelen naar een CvdM-aanwijzing bestaat nog niet in deze vorm.

Voorstel

Nieuw artikel 2.88a verplicht de landelijke publieke media-instellingen gezamenlijk een code en kenbare maatregelen voor structurele schendingen vast te stellen. De ombudsman adviseert over de code. Bij een door hem vastgesteld patroon moeten zelfregulerende maatregelen worden gehanteerd. Als hij binnen een kalenderjaar na die maatregelen tweemaal een schending vaststelt, geeft het CvdM een aanwijzing (art. 7.15 lid 3). Een aanwijzing kan vervanging van bestuurders of toezichthouders inhouden.

Afweging

De relevante keuze is hoe een onafhankelijke inhoudelijke beoordeling tijdig leidt tot aantoonbaar herstel. Alleen meer bevoegdheden opschrijven volstaat niet; ook de voorwaarden waaronder zij bruikbaar worden moeten duidelijk zijn. Tegelijk vraagt ingrijpen vanwege journalistieke normen om rechtsbescherming tegen politieke of bestuurlijke druk.

Analyse en vragen →

02 Redactionele onafhankelijkheid

Nu

Publieke media-instellingen bepalen al zelf vorm en inhoud van hun aanbod. Zij moeten met hun betrokken werknemers een redactiestatuut overeenkomen. De wet benoemt waarborgen tegenover commerciële financiers. De ombudsman wordt door de NPO-raad van bestuur benoemd op voordracht van het college van omroepen.

Voorstel

Artikel 2.88 noemt expliciet overheden, bestuursorganen en politieke partijen, een onafhankelijke redactieraad, regels over de aanstelling van de hoofdredacteur, taakverdeling en een geschillen- en klachtenregeling. Het statuut wordt openbaar en ten minste elke vijf jaar herzien. De ombudsman wordt normaal bij koninklijk besluit benoemd na zwaarwegend advies van een onafhankelijke commissie, voor zes jaar met eenmaal herbenoeming.

Afweging

Dit is een inhoudelijke verbetering van de wettelijke basis. De toets is of redacties ook tegenover hun eigen bestuur effectief kunnen optreden. Geef daarbij aandacht aan freelancers en tijdelijke medewerkers, omdat de wettelijke formulering veelal over werknemers spreekt.

Analyse en vragen →

03 Bestuur en invloed van verenigingen

Nu

Het stelsel kent omroepverenigingen en samenwerkingsomroepen met verschillende organisatorische vormen, naast de taakomroepen NOS en NTR. De identiteit en ledeninvloed van verenigingen hebben een wettelijke rol. De NPO kent een raad van bestuur, raad van toezicht en college van omroepen.

Voorstel

Elk omroephuis wordt een stichting met een raad van toezicht van vijf leden en een bestuur van maximaal drie personen. De normale termijn is vier jaar, eenmaal aansluitend te verlengen. Er komen incompatibiliteiten en afkoelregels. Maximaal drie toezichthouders kunnen worden benoemd op voordracht van een raad van voordracht uit de bestaande verenigingswereld. De raad van toezicht moet zo’n voordracht in beginsel volgen, met wettelijke uitzonderingen.

Afweging

Beoordeel de nieuwe governance op controleerbare onafhankelijkheid, toegang van nieuwe deskundigen en tegenspraak. Een kleinere bestuurslaag is pas een verbetering als deelbelangen minder dominant worden en redacties, werknemers en publiek duidelijk weten waar zij terechtkunnen.

Analyse en vragen →

04 Pluriformiteit en nieuwe stemmen

Nu

Er is een vijfjaarlijkse erkenningssystematiek voor maximaal zes erkende omroeporganisaties, naast voorlopige erkenningen voor aspiranten. Ledencriteria en een maatschappelijke stroming spelen een rol. NOS en NTR hebben afzonderlijke wettelijke taken. De lopende periode is verlengd tot en met 2028.

Voorstel

Artikel 2.3 legt vier omroephuizen vast. De erkenningsroute vervalt. Artikel 2.2 verplicht de huizen gezamenlijk onder meer perspectieven van aantoonbaar ondervertegenwoordigde, gemarginaliseerde gemeenschappen te verzorgen en ontbrekende geluiden, perspectieven en behoeften op te nemen. Maatschappelijke worteling wordt een taakvereiste. Sociale cohesie wordt toegevoegd aan de publieke mediaopdracht.

Afweging

De kernvraag is hoe maatschappelijke openheid aantoonbaar blijft bij organisatorische sluiting. Leg vast wie ontbrekende perspectieven onderzoekt, hoe nieuwe makers voorstellen indienen en wie motiveert waarom een perspectief onvoldoende aan bod komt. Sociale cohesie mag geen eis van inhoudelijke eensgezindheid worden.

Analyse en vragen →

05 NOS, NTR en kwetsbare genres

Nu

NOS en NTR zijn afzonderlijke taakomroepen. De NOS heeft onder meer nieuws, sport en evenementen als opdracht. De NTR verzorgt onder meer educatie, cultuur, achtergrondinformatie en aanbod voor specifieke groepen.

Voorstel

De afzonderlijke wettelijke NTR-bepalingen vervallen. De omroephuizen krijgen gezamenlijke taken voor educatief en kennisgericht aanbod, achtergrondinformatie, cultuur en ondervertegenwoordigde perspectieven (art. 2.2). De NOS behoudt nieuws, sport en evenementen en krijgt ook kennisgericht en educatief aanbod en achtergrondinformatie als taak (art. 2.19). Het aanbodplan moet de verdeling en complementariteit beschrijven.

Afweging

Beoordeel het behoud van taken aan de hand van concrete inhoudelijke verantwoordelijkheid, budget, expertise en vindbaarheid. De stelling dat ‘de NTR verdwijnt, dus educatie verdwijnt’ klopt niet; de stelling dat dezelfde taken op papier automatisch dezelfde kwaliteit behouden evenmin.

Analyse en vragen →

06 NPO, samenwerking en programmering

Nu

De NPO is al het sturings- en samenwerkingsorgaan. Zij coördineert aanbodkanalen en verdeelt middelen. Omroepen blijven verantwoordelijk voor vorm en inhoud. Het college van omroepen heeft adviesrechten.

Voorstel

De NPO blijft sturings- en samenwerkingsorgaan (art. 2.21). Concessiebeleidsplan, aanbodplan en jaarbegroting verbinden strategie, taakverdeling en budget. De raad van bestuur verzorgt de plaatsing, maar mag een programmavoorstel alleen toetsen op kennelijke strijdigheid met de opgesomde kaders en neemt daarbij redactionele verantwoordelijkheid in acht (art. 2.53). Een mediaoverleg betrekt de instellingen bij de programmeringsstrategie.

Afweging

Maak expliciet waar redactionele autonomie eindigt en publieke verantwoording begint. Heldere motivering van plaatsingsbesluiten en inzicht in kanaal- en aanbevelingsbeleid zijn nodig om te beoordelen of de nieuwe ruimte voor omroephuizen ook bij redacties terechtkomt.

Analyse en vragen →

07 Financiering en continuïteit

Nu

Het huidige stelsel kent afzonderlijke budgetcategorieën voor erkende organisaties, aspiranten, NOS, NTR en NPO. Artikel 2.150 berekent het versterkingsbudget als 50% van de budgetten onder art. 2.149 lid 1 onder a en b, plus 30% van de budgetten onder c en d. Artikel 2.152 verdeelt het budget voor erkende organisaties volgens hun samenstelling, met de verhouding 3:2:1. Deze grondslagen verschillen van het nieuwe gezamenlijke aanbodbudget.

Voorstel

Van het gezamenlijke aanbodbudget voor de omroephuizen en NOS is 27,5% flexibel; 72,5% is dus garantiedeel. Het NOS-budget bedraagt ten minste 38% van het gezamenlijke garantiedeel. De huizen verdelen hun eigen garantiepot, met minimaal 15% van die pot per huis. De verhouding blijft vijf jaar gelijk en het relatieve aandeel mag bij de volgende periode maximaal 15% afwijken. De start kent een aparte 20%-grens.

Afweging

Vraag om een transparante doorrekening per instelling én per journalistieke taak, inclusief overgangskosten. Maak duidelijk welke kwaliteit en capaciteit met het budget kunnen worden geleverd. Vermijd de onjuiste conclusie dat de NOS 38% van de gehele mediabegroting krijgt.

Analyse en vragen →

08 Sociale veiligheid en organisatiecultuur

Nu

Er is al een wettelijk verankerde gedragscode voor goed bestuur en integriteit. Ook bestaan wettelijke eisen aan organisatie, financiële administratie en bedrijfsprocessen. Het huidige begrip wanbeheer is volgens de memorie vooral financieel en beheersmatig omschreven. Algemene arbeidsrechtelijke en arbeidsomstandighedenplichten staan daarnaast.

Voorstel

Artikel 2.22 verplicht bepalingen over integer, gewenst en ongewenst gedrag, organisatiecultuur, meldvoorziening, klachtenregeling en transparante opvolging. Ondernemingsraden worden bij de code betrokken. Artikel 7.15 noemt onder wanbeheer onder meer structureel onvoldoende invulling geven aan of in strijd handelen met de gedragscode. Het CvdM kan daarop een aanwijzing geven.

Afweging

Beoordeel zowel de inrichting als het feitelijke gebruik van bescherming: onafhankelijkheid van meldroutes, bescherming tegen benadeling, kwaliteit van onderzoek en opvolging. De vraag naar een zelfstandige zorgplicht moet expliciet worden beantwoord; de regering koppelt haar mediarechtelijke model vooral aan de gedragscode.

Analyse en vragen →

09 Digitale toegang en vindbaarheid

Nu

De wet verbindt gratis ontvangst van algemene publieke televisie- en radiokanalen aan verspreiding via omroepzenders. Digitale publieke diensten bestaan daarnaast al. De omroepen opereren in een landschap waarin platforms en apparaten mede bepalen welk aanbod het publiek tegenkomt.

Voorstel

De eis van verspreiding via omroepzenders vervalt voor televisie; technische toegangskosten, inclusief internet, blijven toegestaan. Voor algemene radiokanalen blijft etherontvangst als wettelijke route staan. De definitie ‘open kanaal’ voor onder meer de evenementenlijst krijgt een alternatief: 40% bereik onder huishoudens met een standaardpakket plus een algemeen toegankelijke digitale applicatie zonder registratie. De NPO krijgt een expliciete taak rond uniforme metadata; regionale catch-up wordt onder voorwaarden verplicht geplaatst.

Afweging

Splits de beoordeling in drie vragen: kan iedereen het aanbod ontvangen, kan iedereen het vinden en blijft er voldoende journalistieke verscheidenheid in het hele nieuwslandschap? Het voorstel bevat digitale maatregelen, maar biedt daarmee nog geen volledige oplossing voor platformafhankelijkheid.

Analyse en vragen →

10 Overgang, evaluatie en uitvoerbaarheid

Nu

De huidige erkenningen en concessie zijn verlengd tot en met 2028. Het stelsel kent periodieke evaluatie. Vermogen, merken en productieorganisatie zijn nog bij de bestaande instellingen ondergebracht; de voorgestelde overdrachtsverplichtingen horen bij de overgang naar het nieuwe model.

Voorstel

Binnen vier weken na inwerkingtreding moet een voorstel voor vier huizen worden ingediend. Bij uitblijven van een passend voorstel kan de minister combinaties bepalen na advies. Overdracht van vermogen en intellectueel eigendom is een voorwaarde, met beperkte uitzonderingen voor vermogen en een licentieroute voor bepaalde namen en merken. Binnen acht weken na oprichting volgt bewijs van overdracht. Evaluatie wordt bij de Raad voor cultuur belegd; bij tekorten volgen evaluaties na twee en vier jaar.

Afweging

Een inhoudelijk goed stelsel kan bij een gebrekkige overgang journalistieke capaciteit verliezen. Vraag om een uitvoeringsplan, een onafhankelijke gereedheidstoets en een gepubliceerd overzicht van nog benodigde lagere regelgeving. De datum van daadwerkelijke invoering staat niet als onvoorwaardelijk vast feit in dit voorstel.

Analyse en vragen →

11 Cultuur

Nu

Cultuur maakt al deel uit van de publieke mediaopdracht in artikel 2.1. De NTR heeft daarnaast op grond van artikel 2.35 een taak rond onder meer culturele behoeften en verscheidenheid. Volgens de memorie van toelichting omvat de uitwerking van de huidige NTR-taken in het Mediabesluit ook kunst en cultuur. Cultureel aanbod is daarmee geen nieuwe opdracht van het voorgestelde bestel.

Voorstel

Nieuw artikel 2.2, tweede lid, onder d verplicht de omroephuizen gezamenlijk cultureel media-aanbod te verzorgen, waaronder kunst. De huizen maken afspraken over aanbod en budget. Het vijfjarige aanbodplan beschrijft de bijdrage van ieder huis en de onderlinge complementariteit; het CvdM en de Raad voor cultuur adviseren daarover. De afzonderlijke wettelijke positie van de NTR vervalt. De voorgestelde budgetverdeling bevat geen afzonderlijk vast percentage voor cultuur.

Afweging

Beoordeel cultuur als een eigen publieke waarde. Maak per genre en doelgroep zichtbaar wie verantwoordelijk is, welke middelen beschikbaar zijn en hoe het publiek het aanbod kan vinden. Betrek makers en culturele instellingen bij die beoordeling en gebruik naast bereik ook artistieke kwaliteit, verscheidenheid en continuïteit als maatstaf.

Analyse en vragen →