Welke termijn geldt voor het starten en uitvoeren van zelfregulerende maatregelen na een vastgesteld patroon, en wat kan het CvdM doen wanneer de sector die maatregelen niet of te laat hanteert?
Drieëndertig vragen · meerdere perspectieven
Waar kun je op reageren?
Kies een onderwerp dat je kunt onderbouwen met eigen ervaring of expertise. De vragen hieronder maken de afweging concreet; zij zijn geen voorgeschreven standpunt.
Maak een reactie toetsbaar
Benoem de bepaling, leg uit welk praktisch effect je verwacht en onderbouw dat met een concreet voorbeeld. Vraag om verduidelijking of een meetbare waarborg. De vragen zijn op te nemen in een eigen reactie; deze website verstuurt niets.
Prioriteit 01
Journalistieke kwaliteit en toezicht
Wie grijpt in als zelfcorrectie niet werkt?
Hoe worden hoor en wederhoor, een gemotiveerd oordeel en rechtsbescherming geregeld wanneer een niet-bindend ombudsmansoordeel de wettelijke aanleiding vormt voor een ingrijpende bestuurlijke aanwijzing?
Hoe wordt voor een klager zichtbaar welk herstel op een gegronde klacht volgt, ook wanneer nog geen sprake is van structurele overtredingen?
Prioriteit 02
Redactionele onafhankelijkheid
Krijgt de redactie ook praktische macht?
Welke minimumrechten op informatie, tijd, ondersteuning en betrokkenheid bij de benoeming van de hoofdredacteur krijgt de redactieraad, en hoe gelden deze voor freelancers?
Waarom vervalt bij de eerste benoeming van de ombudsman de onafhankelijke adviesprocedure, en welke gelijkwaardige waarborg voorkomt politieke beïnvloeding?
Hoe wordt de ontslaggrond ‘ernstig nadeel’ aan het vertrouwen in de ombudsman begrensd en onafhankelijk getoetst?
Prioriteit 03
Bestuur en invloed van verenigingen
Minder bestuurders, maar welke tegenmacht?
Hoe wordt aantoonbaar voorkomen dat voordrachtsrechten leiden tot vertegenwoordiging van oude deelbelangen binnen de raad van toezicht?
Welke onafhankelijke toets geldt voor de bindende voordrachten bij de eerste benoemingen en voor afwijking van de afkoelperiode?
Hoe krijgen mensen zonder band met bestaande omroepverenigingen invloed op de publieke opdracht en de maatschappelijke verantwoording van de omroephuizen?
Prioriteit 04
Pluriformiteit en nieuwe stemmen
Het bestel sluit; de publieke opdracht blijft open.
Welke toegankelijke procedure krijgen burgers en nieuwe makers om ontbrekende perspectieven aan te dragen, en wie motiveert en toetst afwijzingen?
Op basis van welke toetsbare criteria wordt vastgesteld dat de vier omroephuizen gezamenlijk voldoende pluriform en maatschappelijk geworteld zijn?
Hoe wordt gewaarborgd dat de opdracht tot sociale cohesie ruimte laat voor kritische, ontregelende en minderheidsjournalistiek?
Prioriteit 05
NOS, NTR en kwetsbare genres
Wie wordt aanspreekbaar op cultuur en educatie?
Welke partij is afzonderlijk aanspreekbaar als cultuur, jeugdonderwijs of aanbod voor ondervertegenwoordigde groepen ondanks de gezamenlijke opdracht tekortschiet?
Hoe worden de huidige expertise, redacties en middelen voor NTR-taken herkenbaar overgedragen en in het aanbodplan geborgd?
Hoe wordt jaarlijks zichtbaar of de hoeveelheid, kwaliteit en bereikbaarheid van kwetsbare genres behouden blijven?
Prioriteit 06
NPO, samenwerking en programmering
Meer ruimte voor makers; wie bewaakt het geheel?
Hoe wordt ‘kennelijke strijdigheid’ toegepast en gemotiveerd, en welke mogelijkheid bestaat om een afwijzing of ongunstige plaatsing effectief te laten toetsen?
Wie kan tijdig bijsturen als de gezamenlijke taakverdeling leidt tot hiaten of onvoldoende journalistieke kwaliteit?
Worden keuzes in kanaalprofielen en digitale aanbevelingen zo verantwoord dat zichtbaar is hoe zij publieke waarden en redactionele diversiteit dienen?
Prioriteit 07
Financiering en continuïteit
Een groter garantiedeel is geen groter totaalbudget.
Wat zijn de gevolgen van de nieuwe verdeelsleutels, bezuinigingen en overgangskosten gezamenlijk voor journalistieke capaciteit en kwetsbare genres per instelling?
Hoe voorkomt de vijfjarige budgetvastlegging dat middelen te traag meebewegen met nieuwe maatschappelijke behoeften of aantoonbare kwaliteitstekorten?
Kan de regering de grondslagen van 38%, 15% en de overgangsgrens van 20% in tekst en toelichting volledig gelijkluidend en met rekenvoorbeelden verduidelijken?
Prioriteit 08
Sociale veiligheid en organisatiecultuur
Wie ziet of melders werkelijk worden beschermd?
Welke zelfstandige norm en bevoegdheid maken preventief onderzoek naar sociale veiligheid mogelijk, voordat een structurele schending van de gedragscode is vastgesteld?
Hoe worden freelancers, tijdelijke medewerkers en melders tijdens clustering beschermd tegen benadeling en het wegvallen van meldroutes?
Hoe wordt onafhankelijk vastgesteld of medewerkers de organisatie daadwerkelijk veiliger ervaren, naast de aanwezigheid van protocollen en verslagen?
Prioriteit 09
Digitale toegang en vindbaarheid
Beschikbaar zijn is nog niet gevonden worden.
Welke aantoonbaar gelijkwaardige toegang blijft beschikbaar voor huishoudens zonder bruikbaar internet, geschikt apparaat of voldoende digitale vaardigheden?
Welke concrete maatregelen, verantwoordelijke partijen en termijnen zorgen voor vindbaarheid van betrouwbare publieke journalistiek op platforms en smart-tv’s?
Hoe worden toegankelijkheid en prominentie ingericht met oog voor regionale aanbieders, rechtenkosten en de pluriformiteit van het gehele publieke én private nieuwslandschap?
Prioriteit 10
Overgang, evaluatie en uitvoerbaarheid
Zijn de waarborgen ook bij de start op orde?
Kan vóór de volgende wetgevingsstap een opgeschoonde tekst worden gepubliceerd met ingevulde uitzonderingen, correcte kruisverwijzingen en een eenduidige financiële overgangsregeling?
Hoe worden de termijnen van vier en acht weken uitvoerbaar gemaakt, met behoud van leden- en werknemersmedezeggenschap, redactionele continuïteit en een zorgvuldige rechtenoverdracht?
Welke nulmeting, tussentijdse signalen en herstelmogelijkheden voorkomen dat pas jaren na invoering blijkt dat onafhankelijkheid, kwaliteit of pluriformiteit zijn verslechterd?
Prioriteit 11
Cultuur
Hoe krijgt de culturele opdracht inhoud, continuïteit en publiek?
Hoe wordt per omroephuis zichtbaar welke bijdrage het levert aan kunst, muziek, erfgoed en minder populaire culturele genres, en hoe worden artistieke kwaliteit en verscheidenheid naast publieksbereik beoordeeld?
Hoe worden bij de overgang gespecialiseerde cultuurredacties, de positie van onafhankelijke makers en meerjarige samenwerkingen met culturele instellingen behouden, met ruimte voor nieuwe makers en onafhankelijke artistieke keuzes?
Welke concrete waarborgen voor cultuurbudget, programmering en digitale vindbaarheid worden in het aanbodplan vastgelegd, en wie is aanspreekbaar en grijpt in wanneer het gezamenlijke cultuuraanbod tekortschiet?